Landelijke Werkgroep Kerkelijke Gemeentecontacten
Nederland - Hongarije en Roemenië

welkom   |   werkgroep   |   gemeentecontacten   |   ontmoetingsdag  |   liederen   |   archief   |   home

Hongarijedag 10 april 2010

Op zaterdag 10 april 2010 hebben wij onze Hongarijedag gehouden. Het is een zeer interessante dag geworden.
Dr László Marácz is ’s morgens uitvoerig ingegaan op de huidige politieke situatie in Hongarije, mede ook naar aanleiding van de verkiezingen daar op 11 en 25 april.
De heer Marácz is aan de Universiteit van Amsterdam verbonden als docent aan het Oost-Europa Instituut. Hij is een groot kenner van Midden-Europa en van het huidige en het vroegere Hongarije.

Een aantal jaren geleden schreef hij het boek ‘Hongaarse kentering. Een politieke beschouwing over Midden-Europa’ met een voorwoord van ds László Tökés, de bisschop van het kerkdistrict Oradea van de Hongaarssprekende Réformátuskerk in Roemenië.

Onderstaand vindt u een samenvatting van zijn lezing.




v.l.n.r. Theo van Stuijvenberg (bezoeker), Fred Stellingwerf (organisatie) en László Marácz (spreker)


Hongarije op een kruispunt

László Marácz

De eerste ronde van de Hongaarse verkiezingen over twee rondes zal zondag op 11 april plaatsvinden. Uit de verkiezingspeilingen blijkt al maandenlang dat er een politieke aardverschuiving aan de Donau zal plaatsvinden.
Naar verwachting zal de socialistische elite die de afgelopen twintig jaar Hongarije het langst en het meest heeft geregeerd een zware verkiezingsnederlaag lijden.
Fidesz, de centrum-rechtse christen-democratische coalitie onder leiding van oud-premier Viktor Orban zal naar verwachting als grote overwinnaar uit de bus komen.
Er wordt op gerekend dat zijn Fidesz een absolute meerderheid zal halen en eventueel alleen een regering kan gaan vormen.
Ook wordt verwacht dat de extreem-nationalistische partij ‘Jobbik’ van Gábor Vona de kiesdrempel van vijf procent zal gaan halen.
Voor het eerst zal in de Hongaarse post-communistische geschiedenis een extreem-nationalistische partij in het parlement vertegenwoordigd zijn.

Het doel van de hervormingen in 1989-1990 om een sociaal eerlijk en rechtvaardig Hongarije te bouwen na een totalitaire communistische dictatuur kunnen na twintig jaar als mislukt beschouwd worden. Hongarije balanceert aan de rand van de politieke en economische afgrond.
Er is een gepolariseerd klimaat ontstaan vooral veroorzaakt door de verkiezingen van 2006 die door de socialisten zijn gewonnen door de macro-economische statistieken van het land te vervalsen. De massale betogers trokken de straat op maar premier Ferenc Gyurcsány bleef zitten.
Het land kreeg onder de socialisten te maken met een ongehoorde corruptie waarbij de dynastieke kernen van de linkse partijen en de hogere staatsbureaucratie met de maffia vervlochten zijn geraakt.
De Hongaarse hoofdofficier van justitie, Tamás Kovács draait de laatste maanden overuren maar voorlopig zijn ‘big shots’ buiten schot gebleven en worden er alleen juridische processen gevoerd tegen locale maffioso die banden met de regering hebben.
De bezuinigingsprogramma's die ingesteld zijn om Hongarije’s enorme schuldenlast – ruim zeventig procent van het BNP – af te betalen, zijn afgewenteld op de bevolking waardoor het gemiddelde peil van de koopkracht inmiddels naar het niveau van 1973 (!) is gezakt.
Analisten becijferen dat het einde van deze vrije val nog lang niet in zicht.

De uitdagingen waarvoor straks de nieuwe regering zal staan zijn derhalve immens.
In de eerste plaats moet de economie weer aan de gang gebracht worden, de torenhoge buitenlandse schuld moet worden afgelost, er zullen nieuwe banen gecreëerd moeten worden en de corruptie moet krachtig bestreden worden.
Beoogd premier van Fidesz, Viktor Orbán is zich ervan bewust dat het land radicaal een aantal knoppen zal moeten omzetten om het tij te keren.
Tijdens een recente toespraak van Orbán ter gelegenheid van de herdenking van de Hongaarse vrijheidstrijd tegen de Habsburgse overheersing in 1848, typeerde hij de komende verkiezingen als 'onze revolutie'. Doel van deze revolutie is naar zijn zeggen om de natie weer bij elkaar te brengen, constitutionele hervormingen door te voeren, de werkloosheid terug te brengen, de zorg te moderniseren alsook de veiligheid in het land te vergroten.
Economisch gezien wil Fidesz een tweesporenbeleid voeren waarbij buitenlandse investeringen worden aangetrokken maar ook de eigen locale ondernemers, boeren en gezinnen lastenverlichting is toegezegd.
De aangekondigde revolutie kan in feite worden gezien als een verlate democratische omwenteling.
Fidesz, die regeerde van 1998 tot 2002, probeerde in die tijd al hervormingen door te voeren maar stuitte op de massieve weerstand van een toen nog politiek en bestuurlijk sterke socialistische partij.
De situatie nu zal volstrekt anders zijn, gelet op de te verwachten politieke aardverschuiving in Hongarije.

De vraag is of Orbán’s democratische revolutie genoeg zal zijn om het tij te keren.
Fidesz heeft ook gezegd dat het opnieuw wil onderhandelen met de internationale schuldeisers van Hongarije, het IMF en de Europese Unie over het tempo van de Hongaarse terugbetalingen.
Met dit beleid kan Hongarije gemakkelijk een nieuw Griekenland worden, hoewel het land geen lid is van de eurozone is het zeer onzeker of Europa Hongarije te hulp zal komen. De Griekse casus laat zien dat Europa daartoe niet echt in staat of bereid is.
Mocht de hervormingen van Fidesz geen zoden aan de dijk zetten dan zal Europa echter weinig andere keus hebben. De politieke alternatieven zullen dan zijn opgedroogd.
Onder die omstandigheden zal de opmars van het extreem-nationalistische Jobbik dat nu nog in quarantaine kan worden gehouden, niet meer te stuiten zijn.
Het extreem-nationalistische Jobbik hoewel het de problemen niet veroorzaakt heeft, heeft geen rationele oplossingen te bieden en wordt dan onderdeel van de problemen in Hongarije.

Alles afwegend verdient Viktor Orbán vanuit Europa alle steun voor de hervormingen die hij de komende jaren zal doorvoeren waardoor voor het eerst sinds de val van de muur het land in staat wordt gesteld om op een serieuze en fatsoenlijke wijze aan haar eigen toekomst te bouwen.